Op een mooie Pinksterdag...

Gisteren was ik in het verpleeghuis waar mijn moeder sinds een aantal jaren woont. Beneden in het restaurant werkt "Sacha". Haar echte naam weet ik niet, maar ze is een vrijwilligster van Russische afkomst en is inmiddels 74. In de afgelopen jaren merkte ik dat haar taken meer naar de achtergrond verdwenen en daarmee zij ook. Zij (misschien daardoor) werd norser en had meer moeite om haar taken, waar ze erg gedreven in was, goed uit te voeren. Goed in de zin van dat wij als bezoekers snel en efficiënt geholpen willen worden als we ons eten of drinken bestellen. Het leverde af en toe zelfs vervelende reacties op van bezoekers, omdat het hen niet snel genoeg ging.

Vandaag zie ik Sacha zitten in het restaurant. Alleen en haar blik op oneindig. Een zielig hoopje. Iedereen zit buiten op het terras van het verpleeghuis met dit prachtige weer. Ik heb met haar te doen en vraag hoe het met haar gaat. Ze vertelt dat ze haar werk niet meer mag doen in het verpleeghuis en dat het haar zo'n verdriet doet. Ze heeft dit werk al 19 jaar gedaan en ze voelt zich zo eenzaam. Ze raakt hevig geëmotioneerd. Ik ga verder in gesprek met haar en merk tussendoor op dat mijn moeder in haar rolstoel een meter verder op en zwaar dementerend, op een bepaalde manier alert is tijdens mijn gesprek met Sacha. Heel bijzonder.

Sacha vertelt over haar gezondheid en die is niet misselijk. Ook vertelt ze over haar niertransplantatie van jaren geleden. En op dat moment gaan bij mij belletjes rinkelen. Ik vraag waar ze onder behandeling is geweest en ze laat weten dat ze geopereerd is door Ronald Hené. "Oh" laat ik verrast weten, "ik heb lang geleden op de dialyseafdeling gewerkt in het UMC Utrecht en Ronald Hené vond ik zo'n speciale arts en een bijzonder mens". Sacha leeft helemaal op en we hebben een mooi en bijzonder gesprek. Ze vertelt dat Ronald Hené erg begaan met haar was. Tijdens zijn reis naar de Himalaya nam hij een speciale tas mee voor Sacha. Welke arts doet zoiets? Sacha werd helemaal vrolijk en blij tijdens haar verhalen over hem. Letterlijk als een kind zo blij.

Terwijl we praten komen bij mij herinneringen naar boven dat ik Ronald Hené een tijd geleden bij de opnamebalie in het UMC Utrecht zag staan. `OMG` dacht ik toen ik hem goed bekeek: "hij is ziek, hij is echt ernstig ziek". Wat zeg je in zo'n situatie? We hadden elkaar ruim 10 jaar niet gezien. Ik liep op hem af en zei "Dag, weet u nog wie ik ben?". (Ik zeg weer u. Hij heeft 4 jaar lang, terwijl ik op de dialyseafdeling werkte geprobeerd mij jij tegen hem te laten zeggen. Iedereen zei jij tegen hem. Ik niet. Ik kon het niet. Hij moest daar wel eens om lachen. En ik legde uit dat het blijkbaar door mijn opvoeding komt. Dat je daar waar je groot respect voor hebt aanspreekt met u. En een groot respect had ik voor deze man.) "Natuurlijk" antwoordde hij en er viel een stilte. Ik vroeg hoe het met hem ging. "Oh, goed hoor" antwoordde hij met een afstandelijkheid, waarmee hij leek te zeggen dat ik niet verder moest vragen. Het gaat helemaal niet goed, dacht ik, maar je wilt het niet met mij delen. En dat had ik te respecteren. Maar het raakte mij behoorlijk. Ik vond het erg, maar hij stond mij niet toe. Ik had zoveel tegen hem willen zeggen.

Vandaag vertelt Sacha mij allerlei verhalen over Ronald Hené. Over haar niertransplantatie jaren geleden rond Kerst en hoe Ronald Hené er voor haar was en grapjes met haar maakte. Dat ze goed voor haar Kerstgeschenk (de donornier) moest zorgen. Zo indrukwekkend en mooi om te horen. Terwijl ik naar haar luister bedenk ik dat ik haar niet vertel dat ik weet dat hij ernstig ziek is. Ik laat haar met haar mooie herinneringen aan hem. Ten afscheid zeg ik tegen haar dat we de volgende keer gezellig verder kletsen. Ze is oprecht blij en ik zeg tegen haar "Je zit toch niet te lachen hè?" Het levert een bulderlach op. Huh? Van norse Sacha? Wat ik niet weet is dat een paar bezoekers ons gesprek ook hebben gevolgd en het levert me vette glimlachen op. Zoals gezegd staat Sacha bekend als nogal nors. Niet omdat zij nors is, maar doordat zij haar werkzaamheden alleen kan doen, als ze 100% geconcentreerd is op het proces van hetgeen haar is opgedragen.

Terwijl ik naar huis rij bedenk ik manieren om hen nog 1 x met elkaar in contact te brengen. Al is het maar via een kaartje. Thuisgekomen Google ik Ronald Hené en ik lees....overleden op 10 december 2017. Verdorie denk ik, nog maar vijf maanden geleden. Wellicht dat zijn kinderen dit te lezen krijgen en het als een groot compliment ervaren voor hun vader. Jullie vader en zijn patiënte Sacha hadden een bijzondere band. En het kan niet anders, dan dat dit met andere patiënten ook zo was.






Lees meer

De invloed van een Bossche Bol

De waan van alle dag

Ik denk dat iedereen het wel herkent. We zijn druk met onze verplichtingen, druk met ons werk, druk met… ja, met wat eigenlijk? Misschien vooral druk met ons zelf?

Vorige week vroeg een collega van een andere afdeling of ik vandaag aanwezig was. `Ja, uh natuurlijk´ zei ik. `Waarom?`. Hij vertelde dat die dag, vandaag dus, hij zijn contract zou krijgen. En dat hij op Bossche bollen zou trakteren. Zelf ben ik niet gek op zoetigheid en een Bossche Bol is wel heel erg veel zoet. Doordat ik merkte dat het voor hem belangrijk was, zei ik dat ik er natuurlijk bij zou zijn en graag een Bossche Bol zou eten.

Wat hieraan vooraf ging…

Bij mijn werkgever, het UMC Utrecht, zijn een heleboel vrijwilligers actief. Vrijwilligers die onze patiënten en bezoekers opvangen en begeleiden. Een zeer mooie en waardevolle taak. Waarom zij vrijwilliger zijn en waarom zij dit doen? Dat is mij niet bekend. Soms kan ik hierover gissen, maar uit respect zal ik hier nooit naar vragen.

Een tijdje geleden ging een nieuwe vrijwilliger aan het werk. Laat ik hem even voor het gemak Willem Alexander noemen. Een medewerker van een andere afdeling was zo alert, maar ook zo nobel om moeite te doen. Moeite te doen om hem te helpen aan een betaalde baan. En dit lukte. Weliswaar eerst op tijdelijke basis. Maar, hoe dan ook, het lukte.

En vandaag ging deze voormalige vrijwilliger, deze voormalige proef werknemer, trakteren op Bossche Bollen.

Terwijl ik vanmorgen erg druk was om alle vragen, die via e-mail aan het UMC Utrecht gesteld worden, te beantwoorden, had ik plotseling een stroomstoring en lag alles plat. Ik liep naar de afdelingen naast mij: team Zorgkosten en Centraal Inschrijven. Ook bij hen was de stroom uitgevallen. Ik laat even in het midden wie de veroorzaker van deze stroomstoring was (dit keer was ik het niet). Ik stelde voor om de viering van Willem Alexander te vervroegen. Tenslotte zaten we toch al met z´n allen bij elkaar. Koffie en thee werden aangerukt en natuurlijk de Bossche Bollen.

Tijdens dit koffiemomentje hoorde ik iemand voor de grap zeggen `zijn het echte Bossche Bollen?` Ik ging op de gebaksdozen kijken en het schaamrood steeg naar mijn wangen. Ik vroeg aan Willem Alexander wanneer hij deze Bossche Bollen had gehaald. `Vanmorgen met de trein` zei hij. `Maar waar woon jij?´ vroeg ik.

Hij, Willem Alexander, woont in Utrecht en vanmorgen, voordat hij aan het werk ging, heeft hij de trein gepakt naar Den Bosch om de echte Bossche Bollen te kunnen trakteren van bakkerij Jan de Groot (de Bossche Bollen bakker van Nederland).

Ik werd stil… echt stil… Ik ben aan de Bossche Bol begonnen (weliswaar in drie etappes). Uit respect voor deze man, die wij wellicht voor lief nemen door de waan van alle dag, heb ik de volledige Bossche Bol opgegeten. En hij? Hij vroeg me ´s middags of het me gelukt was…gelukt was om de Bossche Bol helemaal op te eten.. Uh ja, en met zoveel gevoel van respect. Respect voor deze dankbare collega.


Lees meer

Vrouwen op hakken; zo charmant...

Tot vanmorgen stonden er achter mijn bureaustoel op mijn werkplek een aantal schilderijen te wachten om opgehaald te worden. Deze schilderijen waren onderdeel van een expositie in het UMC Utrecht. De exposant was de laatste tijd nogal druk geweest, dus de wachttijd was inmiddels opgelopen. Maar ze stonden er prima had ik deze exposant verzekerd.

Vanmorgen zat ik lekker achter mijn computer vragen te beantwoorden, totdat een schoonmaakster binnenkwam met een stofzuiger. `Oh kom maar hoor´ riep ik enthousiast. ´Ik maak wel ruimte en ga wel iets naar achteren staan`. De schoonmaakster blij door zoveel bereidwilligheid. Met een vette glimlach (wie goed doet, goed ontmoet) zette ik drie stappen achteruit. En ja hoor, ik stap met één van m´n charmante hakken dwars door twee schilderijen heen. Het geluid van linnen dat scheurde oversteeg het geluid van de stofzuiger...

O my god, dit kon niet waar zijn. Ik heb letterlijk minimaal een half uur hysterisch staan lachen (mijn collega´s ook by the way) met een angstzweetexplosie die over m´n hele lichaam gutste. De schoonmaakster leek in shock en stond me verschrikt aan te staren. Ik weet niet zeker of ze in shock was over de gaten in de schilderijen, ze bang was dat ze mededader was door het hanteren van de stofzuiger of gewoon in shock was door mijn overdreven Hetty de heks lachuitbarsting die waarschijnlijk tot op de verpleegafdelingen te horen is geweest. Excuses hiervoor.

Ik verzorg al 10 jaar de exposities en nu zou ik het werk van één van de exposanten gesloopt hebben? Hoe ga ik het vertellen? Hoe boos zal hij zijn? Will he sue me? Dit klinkt allemaal overdreven. Maar een schilderij is niet zomaar eventjes ontstaan, daar zitten bloed, zweet en tranen in. Elk schilderij is uniek en kan eenmaal af, nooit meer opnieuw gemaakt worden. En we hebben het nu over twee onherstelbaar beschadigde stukken.

Tsja... dus een mailtje: ´Beste Peter, er is iets vreselijks gebeurd. Ik ben per ongeluk met mijn hakken op twee van je schilderijen gaan staan enz. enz.`

Er volgde al snel een reactie: ´Beste Monique. Maak je niet druk, die twee schilderijen vond ik toch niet zo mooi enz. enz.`

Slik. Wat een prachtig sterk en humorvol antwoord! Het ultieme bewijs dat creatievelingen bijzonder zijn.

Dus Peter, op naar weer een nieuwe samenwerking, Hoezee!

Meer weten over Peter´s creatieve talent? www.peterdicht.nl








Lees meer

Ik zie jou, zie jij mij? (maar wil je mij ook zien?)

Vandaag liep ik bij het liftplein van de C-toren. Vanuit mijn ooghoeken zag ik een oudere man zoekend om zich heen kijken. Ik vroeg hem of ik hem kon helpen. Hij vertelde dat hij op zoek was naar de afdeling Radiotherapie. Ik vroeg meneer of hij het prettig vond als ik met hem mee liep naar die afdeling. “Erg graag zelfs, ik kan altijd zo moeilijk de weg vinden hier”, luidde zijn antwoord.

Onderweg raakten we aan de praat. Ik kwam erachter dat meneer voor zijn eerste bestralingsbehandeling kwam. Terwijl we aan het praten waren, keek hij me plotseling aan en vroeg “is dit uw werk om met mij mee te lopen?”. M.a.w. : is dit een verplichting of doet u dit uit u zelf? Ik zei “ik werk inderdaad in dit ziekenhuis, maar ik hoop dat als ik ooit zelf ergens aan het zoeken ben, ik iemand tegen kom die mij ook op weg helpt.”

We waren het er beiden over eens dat de vanzelfsprekendheid van elkaar een helpende hand bieden een grote oorsprong heeft bij onze opvoeding. Meneer vertelde dat zijn kleinkinderen in een totaal andere wereld leven waar dergelijke, misschien wel simpele normen en waarden, zoals de kernwaarde gastvrijheid met de daaruit afgeleide normen: gedag zeggen, deur open houden, de weg wijzen etc., steeds meer naar de achtergrond verdwijnen. Ik liet hem weten dat ik mijn kinderen (21 en 18) min of meer met dezelfde normen en waarden heb opgevoed die mij door mijn ouders zijn meegegeven. Maar dat de veranderde tijd waarin zij leven hier toch een andere draai aan geven.

Ons ziekenhuis biedt vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en in de toekomst. Iets waar ik als medewerker trots op ben. Ver onder die medische vernuftigheid zit echter een belangrijke basis. De basis van ons zijn; gezien en gehoord worden. Al dan niet ongevraagd. Ook de meest succesvolle specialisten kunnen niet op hun toppen functioneren als zij zich niet gehoord, gesteund, gewaardeerd en gezien voelen. Een wisselwerking die eigenlijk zo eenvoudig is. Of lijkt? Goedemorgen tegen een collega, bezoeker of patiënt in de wandelgangen; met een glimlach. Wat levert het op? Mij best veel. Ik word er zelf blij van. Een manier om endorfine aan te maken is lachen. Wanneer je 3 minuten je mondhoeken op trekt, geven je hersenen al de eerste signalen voor de aanmaak van endorfine. Endorfines lijken op opiaten in hun vermogen om pijnstilling te veroorzaken, evenals een gevoel van welbevinden en geluk. En dat zomaar gratis!

Aangekomen bij de afdeling Radiotherapie geef ik meneer een hand en wens hem veel sterkte bij de behandeling en bedank hem voor onze kennismaking. Meneer bedankt mij eveneens en schenkt me een grote glimlach. En die glimlach is mijn motivatie voor de rest van de dag. Ik ben blij en ik weet dat meneer ondanks de spanning voor de eerste bestralingen, deze behandeling start met een toch enigszins fijn gevoel.
Ik zag hem en hij zag mij…

Lees meer