Als leven lijden wordt...



Op 12 juni 2019 schreef ik dit gedicht, op 20 juni is mijn moeder overleden en heb ik het voorgedragen tijdens de crematiebijeenkomst.


Als je niet meer kunt praten

Als je niet meer kunt lopen

Als je niet meer aan kunt geven wat je denkt en vooral wat je wilt
Als je dan ook nog ziek wordt
Als je dan in bed ligt
Als je dan zo benauwd bent
Als je dan zo ontzettend angstig bent
Als...


Dan mag men zeggen, het is genoeg zo
Dan mag men zeggen, het is goed als je gaat
Dan wil men dat je stopt met strijden
Dan wil men dat er rust voor je komt
Dan wil men dat het lijden stopt
Dan...


Maar als je gaat heb ik geen moeder meer
Maar als je gaat komen alle herinneringen terug aan onze hechte band en vergeet ik de laatste jaren dat je niet meer wist wie ik was
Maar als je gaat weet ik dat je eindelijk rust hebt
Maar...


Ik gun het jou
Ik gun jou rust
Ik gun jou al het mooie dat er bestaat
Ik gun jou het hiernamaals
Ik gun jou het hiernamaals met alles wat jij je ooit wensen kon
Lieve mama, dementie is een vreselijke mensonterende ziekte. Jezelf verliezen...
Jezelf? Huh? Juist jij, die haar hele werkende leven en al die jaren daarna zich heeft ingezet voor ouderen. Dat juist jij je laatste jaren zo moest doorbrengen

Lees meer

De moeder, de vrouw...





Op 18 maart 2019 vond er een vreselijk schietincident plaats in een tram in Utrecht. Die dag was ik aan het werk in het WKZ en vond onderstaande ontmoeting plaats. Het gedicht heb ik een paar dagen erna mogen voordragen in bibliotheek de Tweedeverdieping in het stadshuis in Nieuwegein.

De opdracht was een gedicht met als titel De moeder, de vrouw naar het gedicht van Martin Nijhoff uit 1934.


Ik kijk naar je en probeer je blik te vangen

Je luistert naar alle artsen die tijdens dit spreekuur rouleren en beantwoordt al hun vragen

Na ieder gegeven antwoord zoek jij mijn blik

Tussen ons ontstaat langzaamaan een fragiele band

Dat voel jij en dat voel ik

Alle medische vragen beantwoord je zonder blijk van emotie, maar geheel met je verstand


We zijn in het Wilhelminakinderziekenhuis en jouw dochtertje van bijna vier komt voor de zoveelste controle

Nadat alle artsen hun zegje en onderzoek hebben gedaan en zijn vertrokken, raken wij in gesprek

En ik vraag aan jou hoe oud je bent; “22” zeg je

“Ik wist het” zeg ik tegen je, “net zo oud als mijn dochter”

Ik wil je zoveel zeggen en vragen, maar wil ook dit intieme moment tussen ons niet verstoren


Dan gaat jouw mobiel

Ondanks dat ik je niet kan verstaan, want je spreekt nu een andere taal, hoor ik de paniek en emotie in jouw stem

Je hoort voor het eerst over de vreselijke aanslag op de tram

We praten erover met elkaar en op dit moment zijn wij een

Geen generatie- of cultuurverschil, wij beiden denken hetzelfde


Ik sta op om de kamer te verlaten

En ik vraag of ik nog iets tegen je mag zeggen

Je kijkt enigszins gelaten

Afwachtend wat ik ga zeggen en ik vertel jou dat ik veel bewondering voor je heb

Respect voor de intense zorg die je hebt als jonge moeder voor dit jonge meisje


Je wuift het weg, maar ik zie dat het je goed doet om te horen

Je kijkt in m’n ogen met zo’n mooie blik

22 jaar, zo jong nog en al zo’n zware verzorgende taak als moeder

Ik zeg tegen je dat ik je zo’n sterke vrouw vind en we geven elkaar een hand

Ik doe de deur open en verlaat de ruimte.

En ik? Ik slik….




Lees meer

Knetteren van geluk


  

Wat een typische titel. Knetteren? Geluk? Wat hebben die twee met elkaar te maken? Hoezo dan?

Wat maakt dat het gevoel van geluk gaat knetteren? Dusdanig dat ik het uit zou willen schreeuwen? Tegen wie en waarom? Waarom zo overdreven? Nou gewoon, omdat mijn gevoel knettert. En dat maakt onrustig, maar het geeft ook een grote lading energie. Positieve energie.

Positieve energie straal je uit, breng je over op anderen, geeft ruimte in je hoofd. En het trekt ook mensen met dezelfde positieve energie aan. Een blik van herkenning, een 'toevallige' ontmoeting, een mooi gesprek, een schouderklopje of een welgemeende knuffel.

Als ik stil sta bij wat ik heb, wat ik kan en wat ik allemaal nog wil en ga doen, dan word ik verschrikkelijk blij. En ervaar dat als een ongelooflijke rijkdom. Mijn zoon, mijn dochter... heel veel jaren met z'n drietjes doorgebracht. Hij destijds 3 1/2, zij 1 1/2. Nog zo verschrikkelijk klein. Nu 25 en 22 jaar. Twee pracht mensen waar ik zo trots op ben.

Onlangs vertelde mijn zoon dat hij nooit vergeet wat ik hem al die jaren heb bijgebracht "elke dag heb en krijg je de kans om opnieuw te beginnen". Ook als het tegenzit, dan nog krijg je de volgende dag een nieuwe kans. Net zoals mijn vader altijd tegen mij zei "voor elk probleem is er een oplossing". Makkelijk gezegd, maar o zo waar. Alles heeft een reden.

Als je die weg hebt gevonden; het juiste pad voor jou, dan zul je wellicht ook het knetterende gevoel van geluk ervaren. Al is het maar een klein geluksmomentje. Dromen hoeven niet allemaal uit te komen. Maar ermee bezig zijn en te ervaren dat sommige wel uitkomen. Dat kan alleen door te doen, door soms op je bakkes te gaan, veel zelfspot, maar vooral doorzetten en vasthouden aan jouw doelen.

Heerlijk!

Liefs, Monique

Lees meer

Op een mooie Pinksterdag...

Gisteren was ik in het verpleeghuis waar mijn moeder sinds een aantal jaren woont. Beneden in het restaurant werkt "Sacha". Haar echte naam weet ik niet, maar ze is een vrijwilligster van Russische afkomst en is inmiddels 74. In de afgelopen jaren merkte ik dat haar taken meer naar de achtergrond verdwenen en daarmee zij ook. Zij (misschien daardoor) werd norser en had meer moeite om haar taken, waar ze erg gedreven in was, goed uit te voeren. Goed in de zin van dat wij als bezoekers snel en efficiënt geholpen willen worden als we ons eten of drinken bestellen. Het leverde af en toe zelfs vervelende reacties op van bezoekers, omdat het hen niet snel genoeg ging.

Vandaag zie ik Sacha zitten in het restaurant. Alleen en haar blik op oneindig. Een zielig hoopje. Iedereen zit buiten op het terras van het verpleeghuis met dit prachtige weer. Ik heb met haar te doen en vraag hoe het met haar gaat. Ze vertelt dat ze haar werk niet meer mag doen in het verpleeghuis en dat het haar zo'n verdriet doet. Ze heeft dit werk al 19 jaar gedaan en ze voelt zich zo eenzaam. Ze raakt hevig geëmotioneerd. Ik ga verder in gesprek met haar en merk tussendoor op dat mijn moeder in haar rolstoel een meter verder op en zwaar dementerend, op een bepaalde manier alert is tijdens mijn gesprek met Sacha. Heel bijzonder.

Sacha vertelt over haar gezondheid en die is niet misselijk. Ook vertelt ze over haar niertransplantatie van jaren geleden. En op dat moment gaan bij mij belletjes rinkelen. Ik vraag waar ze onder behandeling is geweest en ze laat weten dat ze geopereerd is door Ronald Hené. "Oh" laat ik verrast weten, "ik heb lang geleden op de dialyseafdeling gewerkt in het UMC Utrecht en Ronald Hené vond ik zo'n speciale arts en een bijzonder mens". Sacha leeft helemaal op en we hebben een mooi en bijzonder gesprek. Ze vertelt dat Ronald Hené erg begaan met haar was. Tijdens zijn reis naar de Himalaya nam hij een speciale tas mee voor Sacha. Welke arts doet zoiets? Sacha werd helemaal vrolijk en blij tijdens haar verhalen over hem. Letterlijk als een kind zo blij.

Terwijl we praten komen bij mij herinneringen naar boven dat ik Ronald Hené een tijd geleden bij de opnamebalie in het UMC Utrecht zag staan. `OMG` dacht ik toen ik hem goed bekeek: "hij is ziek, hij is echt ernstig ziek". Wat zeg je in zo'n situatie? We hadden elkaar ruim 10 jaar niet gezien. Ik liep op hem af en zei "Dag, weet u nog wie ik ben?". (Ik zeg weer u. Hij heeft 4 jaar lang, terwijl ik op de dialyseafdeling werkte geprobeerd mij jij tegen hem te laten zeggen. Iedereen zei jij tegen hem. Ik niet. Ik kon het niet. Hij moest daar wel eens om lachen. En ik legde uit dat het blijkbaar door mijn opvoeding komt. Dat je daar waar je groot respect voor hebt aanspreekt met u. En een groot respect had ik voor deze man.) "Natuurlijk" antwoordde hij en er viel een stilte. Ik vroeg hoe het met hem ging. "Oh, goed hoor" antwoordde hij met een afstandelijkheid, waarmee hij leek te zeggen dat ik niet verder moest vragen. Het gaat helemaal niet goed, dacht ik, maar je wilt het niet met mij delen. En dat had ik te respecteren. Maar het raakte mij behoorlijk. Ik vond het erg, maar hij stond mij niet toe. Ik had zoveel tegen hem willen zeggen.

Vandaag vertelt Sacha mij allerlei verhalen over Ronald Hené. Over haar niertransplantatie jaren geleden rond Kerst en hoe Ronald Hené er voor haar was en grapjes met haar maakte. Dat ze goed voor haar Kerstgeschenk (de donornier) moest zorgen. Zo indrukwekkend en mooi om te horen. Terwijl ik naar haar luister bedenk ik dat ik haar niet vertel dat ik weet dat hij ernstig ziek is. Ik laat haar met haar mooie herinneringen aan hem. Ten afscheid zeg ik tegen haar dat we de volgende keer gezellig verder kletsen. Ze is oprecht blij en ik zeg tegen haar "Je zit toch niet te lachen hè?" Het levert een bulderlach op. Huh? Van norse Sacha? Wat ik niet weet is dat een paar bezoekers ons gesprek ook hebben gevolgd en het levert me vette glimlachen op. Zoals gezegd staat Sacha bekend als nogal nors. Niet omdat zij nors is, maar doordat zij haar werkzaamheden alleen kan doen, als ze 100% geconcentreerd is op het proces van hetgeen haar is opgedragen.

Terwijl ik naar huis rij bedenk ik manieren om hen nog 1 x met elkaar in contact te brengen. Al is het maar via een kaartje. Thuisgekomen Google ik Ronald Hené en ik lees....overleden op 10 december 2017. Verdorie denk ik, nog maar vijf maanden geleden. Wellicht dat zijn kinderen dit te lezen krijgen en het als een groot compliment ervaren voor hun vader. Jullie vader en zijn patiënte Sacha hadden een bijzondere band. En het kan niet anders, dan dat dit met andere patiënten ook zo was.






Lees meer

De invloed van een Bossche Bol

De waan van alle dag

Ik denk dat iedereen het wel herkent. We zijn druk met onze verplichtingen, druk met ons werk, druk met… ja, met wat eigenlijk? Misschien vooral druk met ons zelf?

Vorige week vroeg een collega van een andere afdeling of ik vandaag aanwezig was. `Ja, uh natuurlijk´ zei ik. `Waarom?`. Hij vertelde dat die dag, vandaag dus, hij zijn contract zou krijgen. En dat hij op Bossche bollen zou trakteren. Zelf ben ik niet gek op zoetigheid en een Bossche Bol is wel heel erg veel zoet. Doordat ik merkte dat het voor hem belangrijk was, zei ik dat ik er natuurlijk bij zou zijn en graag een Bossche Bol zou eten.

Wat hieraan vooraf ging…

Bij mijn werkgever, het UMC Utrecht, zijn een heleboel vrijwilligers actief. Vrijwilligers die onze patiënten en bezoekers opvangen en begeleiden. Een zeer mooie en waardevolle taak. Waarom zij vrijwilliger zijn en waarom zij dit doen? Dat is mij niet bekend. Soms kan ik hierover gissen, maar uit respect zal ik hier nooit naar vragen.

Een tijdje geleden ging een nieuwe vrijwilliger aan het werk. Laat ik hem even voor het gemak Willem Alexander noemen. Een medewerker van een andere afdeling was zo alert, maar ook zo nobel om moeite te doen. Moeite te doen om hem te helpen aan een betaalde baan. En dit lukte. Weliswaar eerst op tijdelijke basis. Maar, hoe dan ook, het lukte.

En vandaag ging deze voormalige vrijwilliger, deze voormalige proef werknemer, trakteren op Bossche Bollen.

Terwijl ik vanmorgen erg druk was om alle vragen, die via e-mail aan het UMC Utrecht gesteld worden, te beantwoorden, had ik plotseling een stroomstoring en lag alles plat. Ik liep naar de afdelingen naast mij: team Zorgkosten en Centraal Inschrijven. Ook bij hen was de stroom uitgevallen. Ik laat even in het midden wie de veroorzaker van deze stroomstoring was (dit keer was ik het niet). Ik stelde voor om de viering van Willem Alexander te vervroegen. Tenslotte zaten we toch al met z´n allen bij elkaar. Koffie en thee werden aangerukt en natuurlijk de Bossche Bollen.

Tijdens dit koffiemomentje hoorde ik iemand voor de grap zeggen `zijn het echte Bossche Bollen?` Ik ging op de gebaksdozen kijken en het schaamrood steeg naar mijn wangen. Ik vroeg aan Willem Alexander wanneer hij deze Bossche Bollen had gehaald. `Vanmorgen met de trein` zei hij. `Maar waar woon jij?´ vroeg ik.

Hij, Willem Alexander, woont in Utrecht en vanmorgen, voordat hij aan het werk ging, heeft hij de trein gepakt naar Den Bosch om de echte Bossche Bollen te kunnen trakteren van bakkerij Jan de Groot (de Bossche Bollen bakker van Nederland).

Ik werd stil… echt stil… Ik ben aan de Bossche Bol begonnen (weliswaar in drie etappes). Uit respect voor deze man, die wij wellicht voor lief nemen door de waan van alle dag, heb ik de volledige Bossche Bol opgegeten. En hij? Hij vroeg me ´s middags of het me gelukt was…gelukt was om de Bossche Bol helemaal op te eten.. Uh ja, en met zoveel gevoel van respect. Respect voor deze dankbare collega.


Lees meer

Vrouwen op hakken; zo charmant...

Tot vanmorgen stonden er achter mijn bureaustoel op mijn werkplek een aantal schilderijen te wachten om opgehaald te worden. Deze schilderijen waren onderdeel van een expositie in het UMC Utrecht. De exposant was de laatste tijd nogal druk geweest, dus de wachttijd was inmiddels opgelopen. Maar ze stonden er prima had ik deze exposant verzekerd.

Vanmorgen zat ik lekker achter mijn computer vragen te beantwoorden, totdat een schoonmaakster binnenkwam met een stofzuiger. `Oh kom maar hoor´ riep ik enthousiast. ´Ik maak wel ruimte en ga wel iets naar achteren staan`. De schoonmaakster blij door zoveel bereidwilligheid. Met een vette glimlach (wie goed doet, goed ontmoet) zette ik drie stappen achteruit. En ja hoor, ik stap met één van m´n charmante hakken dwars door twee schilderijen heen. Het geluid van linnen dat scheurde oversteeg het geluid van de stofzuiger...

O my god, dit kon niet waar zijn. Ik heb letterlijk minimaal een half uur hysterisch staan lachen (mijn collega´s ook by the way) met een angstzweetexplosie die over m´n hele lichaam gutste. De schoonmaakster leek in shock en stond me verschrikt aan te staren. Ik weet niet zeker of ze in shock was over de gaten in de schilderijen, ze bang was dat ze mededader was door het hanteren van de stofzuiger of gewoon in shock was door mijn overdreven Hetty de heks lachuitbarsting die waarschijnlijk tot op de verpleegafdelingen te horen is geweest. Excuses hiervoor.

Ik verzorg al 10 jaar de exposities en nu zou ik het werk van één van de exposanten gesloopt hebben? Hoe ga ik het vertellen? Hoe boos zal hij zijn? Will he sue me? Dit klinkt allemaal overdreven. Maar een schilderij is niet zomaar eventjes ontstaan, daar zitten bloed, zweet en tranen in. Elk schilderij is uniek en kan eenmaal af, nooit meer opnieuw gemaakt worden. En we hebben het nu over twee onherstelbaar beschadigde stukken.

Tsja... dus een mailtje: ´Beste Peter, er is iets vreselijks gebeurd. Ik ben per ongeluk met mijn hakken op twee van je schilderijen gaan staan enz. enz.`

Er volgde al snel een reactie: ´Beste Monique. Maak je niet druk, die twee schilderijen vond ik toch niet zo mooi enz. enz.`

Slik. Wat een prachtig sterk en humorvol antwoord! Het ultieme bewijs dat creatievelingen bijzonder zijn.

Dus Peter, op naar weer een nieuwe samenwerking, Hoezee!

Meer weten over Peter´s creatieve talent? www.peterdicht.nl








Lees meer

Ik zie jou, zie jij mij? (maar wil je mij ook zien?)

Vandaag liep ik bij het liftplein van de C-toren. Vanuit mijn ooghoeken zag ik een oudere man zoekend om zich heen kijken. Ik vroeg hem of ik hem kon helpen. Hij vertelde dat hij op zoek was naar de afdeling Radiotherapie. Ik vroeg meneer of hij het prettig vond als ik met hem mee liep naar die afdeling. “Erg graag zelfs, ik kan altijd zo moeilijk de weg vinden hier”, luidde zijn antwoord.

Onderweg raakten we aan de praat. Ik kwam erachter dat meneer voor zijn eerste bestralingsbehandeling kwam. Terwijl we aan het praten waren, keek hij me plotseling aan en vroeg “is dit uw werk om met mij mee te lopen?”. M.a.w. : is dit een verplichting of doet u dit uit u zelf? Ik zei “ik werk inderdaad in dit ziekenhuis, maar ik hoop dat als ik ooit zelf ergens aan het zoeken ben, ik iemand tegen kom die mij ook op weg helpt.”

We waren het er beiden over eens dat de vanzelfsprekendheid van elkaar een helpende hand bieden een grote oorsprong heeft bij onze opvoeding. Meneer vertelde dat zijn kleinkinderen in een totaal andere wereld leven waar dergelijke, misschien wel simpele normen en waarden, zoals de kernwaarde gastvrijheid met de daaruit afgeleide normen: gedag zeggen, deur open houden, de weg wijzen etc., steeds meer naar de achtergrond verdwijnen. Ik liet hem weten dat ik mijn kinderen (21 en 18) min of meer met dezelfde normen en waarden heb opgevoed die mij door mijn ouders zijn meegegeven. Maar dat de veranderde tijd waarin zij leven hier toch een andere draai aan geven.

Ons ziekenhuis biedt vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en in de toekomst. Iets waar ik als medewerker trots op ben. Ver onder die medische vernuftigheid zit echter een belangrijke basis. De basis van ons zijn; gezien en gehoord worden. Al dan niet ongevraagd. Ook de meest succesvolle specialisten kunnen niet op hun toppen functioneren als zij zich niet gehoord, gesteund, gewaardeerd en gezien voelen. Een wisselwerking die eigenlijk zo eenvoudig is. Of lijkt? Goedemorgen tegen een collega, bezoeker of patiënt in de wandelgangen; met een glimlach. Wat levert het op? Mij best veel. Ik word er zelf blij van. Een manier om endorfine aan te maken is lachen. Wanneer je 3 minuten je mondhoeken op trekt, geven je hersenen al de eerste signalen voor de aanmaak van endorfine. Endorfines lijken op opiaten in hun vermogen om pijnstilling te veroorzaken, evenals een gevoel van welbevinden en geluk. En dat zomaar gratis!

Aangekomen bij de afdeling Radiotherapie geef ik meneer een hand en wens hem veel sterkte bij de behandeling en bedank hem voor onze kennismaking. Meneer bedankt mij eveneens en schenkt me een grote glimlach. En die glimlach is mijn motivatie voor de rest van de dag. Ik ben blij en ik weet dat meneer ondanks de spanning voor de eerste bestralingen, deze behandeling start met een toch enigszins fijn gevoel.
Ik zag hem en hij zag mij…

Lees meer

Als leven lijden wordt...



Op 12 juni 2019 schreef ik dit gedicht, op 20 juni is mijn moeder overleden en heb ik het voorgedragen tijdens de crematiebijeenkomst.


Als je niet meer kunt praten

Als je niet meer kunt lopen

Als je niet meer aan kunt geven wat je denkt en vooral wat je wilt
Als je dan ook nog ziek wordt
Als je dan in bed ligt
Als je dan zo benauwd bent
Als je dan zo ontzettend angstig bent
Als...


Dan mag men zeggen, het is genoeg zo
Dan mag men zeggen, het is goed als je gaat
Dan wil men dat je stopt met strijden
Dan wil men dat er rust voor je komt
Dan wil men dat het lijden stopt
Dan...


Maar als je gaat heb ik geen moeder meer
Maar als je gaat komen alle herinneringen terug aan onze hechte band en vergeet ik de laatste jaren dat je niet meer wist wie ik was
Maar als je gaat weet ik dat je eindelijk rust hebt
Maar...


Ik gun het jou
Ik gun jou rust
Ik gun jou al het mooie dat er bestaat
Ik gun jou het hiernamaals
Ik gun jou het hiernamaals met alles wat jij je ooit wensen kon
Lieve mama, dementie is een vreselijke mensonterende ziekte. Jezelf verliezen...
Jezelf? Huh? Juist jij, die haar hele werkende leven en al die jaren daarna zich heeft ingezet voor ouderen. Dat juist jij je laatste jaren zo moest doorbrengen

Lees meer

De moeder, de vrouw...





Op 18 maart 2019 vond er een vreselijk schietincident plaats in een tram in Utrecht. Die dag was ik aan het werk in het WKZ en vond onderstaande ontmoeting plaats. Het gedicht heb ik een paar dagen erna mogen voordragen in bibliotheek de Tweedeverdieping in het stadshuis in Nieuwegein.

De opdracht was een gedicht met als titel De moeder, de vrouw naar het gedicht van Martin Nijhoff uit 1934.


Ik kijk naar je en probeer je blik te vangen

Je luistert naar alle artsen die tijdens dit spreekuur rouleren en beantwoordt al hun vragen

Na ieder gegeven antwoord zoek jij mijn blik

Tussen ons ontstaat langzaamaan een fragiele band

Dat voel jij en dat voel ik

Alle medische vragen beantwoord je zonder blijk van emotie, maar geheel met je verstand


We zijn in het Wilhelminakinderziekenhuis en jouw dochtertje van bijna vier komt voor de zoveelste controle

Nadat alle artsen hun zegje en onderzoek hebben gedaan en zijn vertrokken, raken wij in gesprek

En ik vraag aan jou hoe oud je bent; “22” zeg je

“Ik wist het” zeg ik tegen je, “net zo oud als mijn dochter”

Ik wil je zoveel zeggen en vragen, maar wil ook dit intieme moment tussen ons niet verstoren


Dan gaat jouw mobiel

Ondanks dat ik je niet kan verstaan, want je spreekt nu een andere taal, hoor ik de paniek en emotie in jouw stem

Je hoort voor het eerst over de vreselijke aanslag op de tram

We praten erover met elkaar en op dit moment zijn wij een

Geen generatie- of cultuurverschil, wij beiden denken hetzelfde


Ik sta op om de kamer te verlaten

En ik vraag of ik nog iets tegen je mag zeggen

Je kijkt enigszins gelaten

Afwachtend wat ik ga zeggen en ik vertel jou dat ik veel bewondering voor je heb

Respect voor de intense zorg die je hebt als jonge moeder voor dit jonge meisje


Je wuift het weg, maar ik zie dat het je goed doet om te horen

Je kijkt in m’n ogen met zo’n mooie blik

22 jaar, zo jong nog en al zo’n zware verzorgende taak als moeder

Ik zeg tegen je dat ik je zo’n sterke vrouw vind en we geven elkaar een hand

Ik doe de deur open en verlaat de ruimte.

En ik? Ik slik….




Lees meer

Knetteren van geluk


  

Wat een typische titel. Knetteren? Geluk? Wat hebben die twee met elkaar te maken? Hoezo dan?

Wat maakt dat het gevoel van geluk gaat knetteren? Dusdanig dat ik het uit zou willen schreeuwen? Tegen wie en waarom? Waarom zo overdreven? Nou gewoon, omdat mijn gevoel knettert. En dat maakt onrustig, maar het geeft ook een grote lading energie. Positieve energie.

Positieve energie straal je uit, breng je over op anderen, geeft ruimte in je hoofd. En het trekt ook mensen met dezelfde positieve energie aan. Een blik van herkenning, een 'toevallige' ontmoeting, een mooi gesprek, een schouderklopje of een welgemeende knuffel.

Als ik stil sta bij wat ik heb, wat ik kan en wat ik allemaal nog wil en ga doen, dan word ik verschrikkelijk blij. En ervaar dat als een ongelooflijke rijkdom. Mijn zoon, mijn dochter... heel veel jaren met z'n drietjes doorgebracht. Hij destijds 3 1/2, zij 1 1/2. Nog zo verschrikkelijk klein. Nu 25 en 22 jaar. Twee pracht mensen waar ik zo trots op ben.

Onlangs vertelde mijn zoon dat hij nooit vergeet wat ik hem al die jaren heb bijgebracht "elke dag heb en krijg je de kans om opnieuw te beginnen". Ook als het tegenzit, dan nog krijg je de volgende dag een nieuwe kans. Net zoals mijn vader altijd tegen mij zei "voor elk probleem is er een oplossing". Makkelijk gezegd, maar o zo waar. Alles heeft een reden.

Als je die weg hebt gevonden; het juiste pad voor jou, dan zul je wellicht ook het knetterende gevoel van geluk ervaren. Al is het maar een klein geluksmomentje. Dromen hoeven niet allemaal uit te komen. Maar ermee bezig zijn en te ervaren dat sommige wel uitkomen. Dat kan alleen door te doen, door soms op je bakkes te gaan, veel zelfspot, maar vooral doorzetten en vasthouden aan jouw doelen.

Heerlijk!

Liefs, Monique

Lees meer

Op een mooie Pinksterdag...

Gisteren was ik in het verpleeghuis waar mijn moeder sinds een aantal jaren woont. Beneden in het restaurant werkt "Sacha". Haar echte naam weet ik niet, maar ze is een vrijwilligster van Russische afkomst en is inmiddels 74. In de afgelopen jaren merkte ik dat haar taken meer naar de achtergrond verdwenen en daarmee zij ook. Zij (misschien daardoor) werd norser en had meer moeite om haar taken, waar ze erg gedreven in was, goed uit te voeren. Goed in de zin van dat wij als bezoekers snel en efficiënt geholpen willen worden als we ons eten of drinken bestellen. Het leverde af en toe zelfs vervelende reacties op van bezoekers, omdat het hen niet snel genoeg ging.

Vandaag zie ik Sacha zitten in het restaurant. Alleen en haar blik op oneindig. Een zielig hoopje. Iedereen zit buiten op het terras van het verpleeghuis met dit prachtige weer. Ik heb met haar te doen en vraag hoe het met haar gaat. Ze vertelt dat ze haar werk niet meer mag doen in het verpleeghuis en dat het haar zo'n verdriet doet. Ze heeft dit werk al 19 jaar gedaan en ze voelt zich zo eenzaam. Ze raakt hevig geëmotioneerd. Ik ga verder in gesprek met haar en merk tussendoor op dat mijn moeder in haar rolstoel een meter verder op en zwaar dementerend, op een bepaalde manier alert is tijdens mijn gesprek met Sacha. Heel bijzonder.

Sacha vertelt over haar gezondheid en die is niet misselijk. Ook vertelt ze over haar niertransplantatie van jaren geleden. En op dat moment gaan bij mij belletjes rinkelen. Ik vraag waar ze onder behandeling is geweest en ze laat weten dat ze geopereerd is door Ronald Hené. "Oh" laat ik verrast weten, "ik heb lang geleden op de dialyseafdeling gewerkt in het UMC Utrecht en Ronald Hené vond ik zo'n speciale arts en een bijzonder mens". Sacha leeft helemaal op en we hebben een mooi en bijzonder gesprek. Ze vertelt dat Ronald Hené erg begaan met haar was. Tijdens zijn reis naar de Himalaya nam hij een speciale tas mee voor Sacha. Welke arts doet zoiets? Sacha werd helemaal vrolijk en blij tijdens haar verhalen over hem. Letterlijk als een kind zo blij.

Terwijl we praten komen bij mij herinneringen naar boven dat ik Ronald Hené een tijd geleden bij de opnamebalie in het UMC Utrecht zag staan. `OMG` dacht ik toen ik hem goed bekeek: "hij is ziek, hij is echt ernstig ziek". Wat zeg je in zo'n situatie? We hadden elkaar ruim 10 jaar niet gezien. Ik liep op hem af en zei "Dag, weet u nog wie ik ben?". (Ik zeg weer u. Hij heeft 4 jaar lang, terwijl ik op de dialyseafdeling werkte geprobeerd mij jij tegen hem te laten zeggen. Iedereen zei jij tegen hem. Ik niet. Ik kon het niet. Hij moest daar wel eens om lachen. En ik legde uit dat het blijkbaar door mijn opvoeding komt. Dat je daar waar je groot respect voor hebt aanspreekt met u. En een groot respect had ik voor deze man.) "Natuurlijk" antwoordde hij en er viel een stilte. Ik vroeg hoe het met hem ging. "Oh, goed hoor" antwoordde hij met een afstandelijkheid, waarmee hij leek te zeggen dat ik niet verder moest vragen. Het gaat helemaal niet goed, dacht ik, maar je wilt het niet met mij delen. En dat had ik te respecteren. Maar het raakte mij behoorlijk. Ik vond het erg, maar hij stond mij niet toe. Ik had zoveel tegen hem willen zeggen.

Vandaag vertelt Sacha mij allerlei verhalen over Ronald Hené. Over haar niertransplantatie jaren geleden rond Kerst en hoe Ronald Hené er voor haar was en grapjes met haar maakte. Dat ze goed voor haar Kerstgeschenk (de donornier) moest zorgen. Zo indrukwekkend en mooi om te horen. Terwijl ik naar haar luister bedenk ik dat ik haar niet vertel dat ik weet dat hij ernstig ziek is. Ik laat haar met haar mooie herinneringen aan hem. Ten afscheid zeg ik tegen haar dat we de volgende keer gezellig verder kletsen. Ze is oprecht blij en ik zeg tegen haar "Je zit toch niet te lachen hè?" Het levert een bulderlach op. Huh? Van norse Sacha? Wat ik niet weet is dat een paar bezoekers ons gesprek ook hebben gevolgd en het levert me vette glimlachen op. Zoals gezegd staat Sacha bekend als nogal nors. Niet omdat zij nors is, maar doordat zij haar werkzaamheden alleen kan doen, als ze 100% geconcentreerd is op het proces van hetgeen haar is opgedragen.

Terwijl ik naar huis rij bedenk ik manieren om hen nog 1 x met elkaar in contact te brengen. Al is het maar via een kaartje. Thuisgekomen Google ik Ronald Hené en ik lees....overleden op 10 december 2017. Verdorie denk ik, nog maar vijf maanden geleden. Wellicht dat zijn kinderen dit te lezen krijgen en het als een groot compliment ervaren voor hun vader. Jullie vader en zijn patiënte Sacha hadden een bijzondere band. En het kan niet anders, dan dat dit met andere patiënten ook zo was.






Lees meer

De invloed van een Bossche Bol

De waan van alle dag

Ik denk dat iedereen het wel herkent. We zijn druk met onze verplichtingen, druk met ons werk, druk met… ja, met wat eigenlijk? Misschien vooral druk met ons zelf?

Vorige week vroeg een collega van een andere afdeling of ik vandaag aanwezig was. `Ja, uh natuurlijk´ zei ik. `Waarom?`. Hij vertelde dat die dag, vandaag dus, hij zijn contract zou krijgen. En dat hij op Bossche bollen zou trakteren. Zelf ben ik niet gek op zoetigheid en een Bossche Bol is wel heel erg veel zoet. Doordat ik merkte dat het voor hem belangrijk was, zei ik dat ik er natuurlijk bij zou zijn en graag een Bossche Bol zou eten.

Wat hieraan vooraf ging…

Bij mijn werkgever, het UMC Utrecht, zijn een heleboel vrijwilligers actief. Vrijwilligers die onze patiënten en bezoekers opvangen en begeleiden. Een zeer mooie en waardevolle taak. Waarom zij vrijwilliger zijn en waarom zij dit doen? Dat is mij niet bekend. Soms kan ik hierover gissen, maar uit respect zal ik hier nooit naar vragen.

Een tijdje geleden ging een nieuwe vrijwilliger aan het werk. Laat ik hem even voor het gemak Willem Alexander noemen. Een medewerker van een andere afdeling was zo alert, maar ook zo nobel om moeite te doen. Moeite te doen om hem te helpen aan een betaalde baan. En dit lukte. Weliswaar eerst op tijdelijke basis. Maar, hoe dan ook, het lukte.

En vandaag ging deze voormalige vrijwilliger, deze voormalige proef werknemer, trakteren op Bossche Bollen.

Terwijl ik vanmorgen erg druk was om alle vragen, die via e-mail aan het UMC Utrecht gesteld worden, te beantwoorden, had ik plotseling een stroomstoring en lag alles plat. Ik liep naar de afdelingen naast mij: team Zorgkosten en Centraal Inschrijven. Ook bij hen was de stroom uitgevallen. Ik laat even in het midden wie de veroorzaker van deze stroomstoring was (dit keer was ik het niet). Ik stelde voor om de viering van Willem Alexander te vervroegen. Tenslotte zaten we toch al met z´n allen bij elkaar. Koffie en thee werden aangerukt en natuurlijk de Bossche Bollen.

Tijdens dit koffiemomentje hoorde ik iemand voor de grap zeggen `zijn het echte Bossche Bollen?` Ik ging op de gebaksdozen kijken en het schaamrood steeg naar mijn wangen. Ik vroeg aan Willem Alexander wanneer hij deze Bossche Bollen had gehaald. `Vanmorgen met de trein` zei hij. `Maar waar woon jij?´ vroeg ik.

Hij, Willem Alexander, woont in Utrecht en vanmorgen, voordat hij aan het werk ging, heeft hij de trein gepakt naar Den Bosch om de echte Bossche Bollen te kunnen trakteren van bakkerij Jan de Groot (de Bossche Bollen bakker van Nederland).

Ik werd stil… echt stil… Ik ben aan de Bossche Bol begonnen (weliswaar in drie etappes). Uit respect voor deze man, die wij wellicht voor lief nemen door de waan van alle dag, heb ik de volledige Bossche Bol opgegeten. En hij? Hij vroeg me ´s middags of het me gelukt was…gelukt was om de Bossche Bol helemaal op te eten.. Uh ja, en met zoveel gevoel van respect. Respect voor deze dankbare collega.


Lees meer

Vrouwen op hakken; zo charmant...

Tot vanmorgen stonden er achter mijn bureaustoel op mijn werkplek een aantal schilderijen te wachten om opgehaald te worden. Deze schilderijen waren onderdeel van een expositie in het UMC Utrecht. De exposant was de laatste tijd nogal druk geweest, dus de wachttijd was inmiddels opgelopen. Maar ze stonden er prima had ik deze exposant verzekerd.

Vanmorgen zat ik lekker achter mijn computer vragen te beantwoorden, totdat een schoonmaakster binnenkwam met een stofzuiger. `Oh kom maar hoor´ riep ik enthousiast. ´Ik maak wel ruimte en ga wel iets naar achteren staan`. De schoonmaakster blij door zoveel bereidwilligheid. Met een vette glimlach (wie goed doet, goed ontmoet) zette ik drie stappen achteruit. En ja hoor, ik stap met één van m´n charmante hakken dwars door twee schilderijen heen. Het geluid van linnen dat scheurde oversteeg het geluid van de stofzuiger...

O my god, dit kon niet waar zijn. Ik heb letterlijk minimaal een half uur hysterisch staan lachen (mijn collega´s ook by the way) met een angstzweetexplosie die over m´n hele lichaam gutste. De schoonmaakster leek in shock en stond me verschrikt aan te staren. Ik weet niet zeker of ze in shock was over de gaten in de schilderijen, ze bang was dat ze mededader was door het hanteren van de stofzuiger of gewoon in shock was door mijn overdreven Hetty de heks lachuitbarsting die waarschijnlijk tot op de verpleegafdelingen te horen is geweest. Excuses hiervoor.

Ik verzorg al 10 jaar de exposities en nu zou ik het werk van één van de exposanten gesloopt hebben? Hoe ga ik het vertellen? Hoe boos zal hij zijn? Will he sue me? Dit klinkt allemaal overdreven. Maar een schilderij is niet zomaar eventjes ontstaan, daar zitten bloed, zweet en tranen in. Elk schilderij is uniek en kan eenmaal af, nooit meer opnieuw gemaakt worden. En we hebben het nu over twee onherstelbaar beschadigde stukken.

Tsja... dus een mailtje: ´Beste Peter, er is iets vreselijks gebeurd. Ik ben per ongeluk met mijn hakken op twee van je schilderijen gaan staan enz. enz.`

Er volgde al snel een reactie: ´Beste Monique. Maak je niet druk, die twee schilderijen vond ik toch niet zo mooi enz. enz.`

Slik. Wat een prachtig sterk en humorvol antwoord! Het ultieme bewijs dat creatievelingen bijzonder zijn.

Dus Peter, op naar weer een nieuwe samenwerking, Hoezee!

Meer weten over Peter´s creatieve talent? www.peterdicht.nl








Lees meer

Ik zie jou, zie jij mij? (maar wil je mij ook zien?)

Vandaag liep ik bij het liftplein van de C-toren. Vanuit mijn ooghoeken zag ik een oudere man zoekend om zich heen kijken. Ik vroeg hem of ik hem kon helpen. Hij vertelde dat hij op zoek was naar de afdeling Radiotherapie. Ik vroeg meneer of hij het prettig vond als ik met hem mee liep naar die afdeling. “Erg graag zelfs, ik kan altijd zo moeilijk de weg vinden hier”, luidde zijn antwoord.

Onderweg raakten we aan de praat. Ik kwam erachter dat meneer voor zijn eerste bestralingsbehandeling kwam. Terwijl we aan het praten waren, keek hij me plotseling aan en vroeg “is dit uw werk om met mij mee te lopen?”. M.a.w. : is dit een verplichting of doet u dit uit u zelf? Ik zei “ik werk inderdaad in dit ziekenhuis, maar ik hoop dat als ik ooit zelf ergens aan het zoeken ben, ik iemand tegen kom die mij ook op weg helpt.”

We waren het er beiden over eens dat de vanzelfsprekendheid van elkaar een helpende hand bieden een grote oorsprong heeft bij onze opvoeding. Meneer vertelde dat zijn kleinkinderen in een totaal andere wereld leven waar dergelijke, misschien wel simpele normen en waarden, zoals de kernwaarde gastvrijheid met de daaruit afgeleide normen: gedag zeggen, deur open houden, de weg wijzen etc., steeds meer naar de achtergrond verdwijnen. Ik liet hem weten dat ik mijn kinderen (21 en 18) min of meer met dezelfde normen en waarden heb opgevoed die mij door mijn ouders zijn meegegeven. Maar dat de veranderde tijd waarin zij leven hier toch een andere draai aan geven.

Ons ziekenhuis biedt vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en in de toekomst. Iets waar ik als medewerker trots op ben. Ver onder die medische vernuftigheid zit echter een belangrijke basis. De basis van ons zijn; gezien en gehoord worden. Al dan niet ongevraagd. Ook de meest succesvolle specialisten kunnen niet op hun toppen functioneren als zij zich niet gehoord, gesteund, gewaardeerd en gezien voelen. Een wisselwerking die eigenlijk zo eenvoudig is. Of lijkt? Goedemorgen tegen een collega, bezoeker of patiënt in de wandelgangen; met een glimlach. Wat levert het op? Mij best veel. Ik word er zelf blij van. Een manier om endorfine aan te maken is lachen. Wanneer je 3 minuten je mondhoeken op trekt, geven je hersenen al de eerste signalen voor de aanmaak van endorfine. Endorfines lijken op opiaten in hun vermogen om pijnstilling te veroorzaken, evenals een gevoel van welbevinden en geluk. En dat zomaar gratis!

Aangekomen bij de afdeling Radiotherapie geef ik meneer een hand en wens hem veel sterkte bij de behandeling en bedank hem voor onze kennismaking. Meneer bedankt mij eveneens en schenkt me een grote glimlach. En die glimlach is mijn motivatie voor de rest van de dag. Ik ben blij en ik weet dat meneer ondanks de spanning voor de eerste bestralingen, deze behandeling start met een toch enigszins fijn gevoel.
Ik zag hem en hij zag mij…

Lees meer